De werkingen wensen eveneens een signaal- en belangenbehartigingsfunctie te vervullen in de samenleving. Dit is gericht op het beinvloeden van maatschappelijke instellingen zodat er een betere en positievere aansluiting, betrokkenheid en communicatie is.
We willen aan deze doelstellingen werken vanuit een emancipatorisch proces dat gekenmerkt wordt door een positieve, open houding t.o.v. kinderen en tieners, ingaande op de verscheidenheid, sterktes en mogelijkheden. De definiëring van de term emancipatie willen we in dit kader beperken tot: "Het streven naar gelijkgerechtigheid, zelfstandigheid, eerlijker maatschappelijke verhoudingen en de toekenning van gelijke rechten" (Van Dale)
Vanuit de eerder aangegeven doelstellingen geven we hier een aantal basisprincipes aan die bepalend zijn voor het methodisch handelen:
- we emancipatorisch willen werken
- we vertrekken vanuit de behoeften en belangen van de kinderen en tieners
- we vertrekken vanuit een positieve en respectvolle houding t.o.v. de kinderen en tieners met hun capaciteiten, competenties en mogelijkheden
- we hen zoveel mogelijk eigen verantwoordelijkheid geven
- we zoveel mogelijk gericht zijn op de participatie van kinderen en tieners zowel binnen de eigen werking als in alle geledingen van de samenleving
- we op die manier een jeugdwerking opzetten die zoveel mogelijk is afgestemd op de waarden, normen en cultuur van de kinderen en tieners. De werking moet dan ook een plaats worden waar ze zich thuis voelen en dat hen experimenteerruimte biedt in hun relatie met anderen
- we zoveel mogelijk gericht zijn op communicatie tussen de betrokken kinderen en tieners en andere belangrijke actoren in hun leven
-...
De doelgroep en problematiekomschrijving
De doelgroep van de werkingen van M.O.O.J. zijn àlle kinderen en tieners van 6 tot 16 jaar die in de betreffende buurt wonen. Kinderen met alle mogelijke nationaliteiten en origines zijn welkom, en proberen we te bereiken. De leeftijdsgrens en de doelgroepen kunnen soms verschillen in de werkingen, afhankelijk van de noden van de specifieke buurt.
Kinderen en tieners worden er over alle werkingen heen vaak met volgende problematieken geconfronteerd. Hieronder worden de belangrijkste besproken.
- Vrije tijd:
Jongeren uit deze wijken vinden niet altijd aansluiting bij de traditionele jeugdbewegingen, sportclubs en andere vrijetijdsbestedingen. Deze richten zich nog vaak naar een autochtoon middenklasse publiek, niet naar de kinderen die in de buurt wonen van deze verenigingen en een groot deel van hun leden zouden kunnen uitmaken.
- Onderwijs:
In de lagere school bouwen sommige kinderen en tieners een achterstand op die ook hun verdere schoolloopbaan in een negatieve zin zal beïnvloeden.
De achterstelling in de scholen zelf vormt hierbij een groot probleem. De scholen zijn nog vaak op een middenklassenformaat gesneden. Het maatschappelijk kwetsbare gezin, met normen en waarden die vaak afwijkend zijn van die van de school, vindt hier weinig of geen weerklank. Een ander probleem is dat de ouders vaak niet de aangepaste studieruimte en begeleiding kunnen bieden (zie verder naschoolse begeleiding kinderwerkingen), alhoewel dit in de geest van het onderwijssysteem wel nodig is.
In het lager onderwijs komen deze kinderen nog al te vaak terecht in het bijzonder onderwijs en in het secundair onderwijs vinden we deze tieners vooral in technische- en beroepsrichtingen.
Werkterreinen van de werkingen
Spel - en creatieve activiteiten
Hiermee beogen we aan jongeren een speel- en ontmoetingsruimte aan te bieden tijdens hun vrije momenten. Een gevarieerd aanbod aan ontspannende, creatieve, vormende en sportieve activiteiten staan er op het programma.
De activiteiten beschouwen we eerder als een middel om allerlei doelstellingen te kunnen waarmaken dan als een doel op zich. Hoewel de activiteiten op zich misschien vaak "gewoon" overkomen, schuilen er heel wat mogelijkheden in om allerlei ontwikkelingen te stimuleren en te ondersteunen. Een aantal zijn onrechtstreeks verbonden met de inhoud van de activiteit, maar een aantal staan daar eigenlijk los van.
Enkele voorbeelden van doelstellingen verbonden met de activiteitinhoud:
- de exploratiedrang aanmoedigen;
- de creativiteit scherpen;
- de taal activeren, de fantasie ontplooien;
- kennis vergroten (via quiz, speciale gerechten klaarmaken, religieuze feesten vieren en kaderen,…);
- bewustmaking (b.v. acties rond milieu of een ander thema);
- …
Enkele voorbeelden van doelstellingen waaraan onrechtstreeks wordt gewerkt:
- groepsvorming, samenwerken, sociale vaardigheden ondersteunen in hun ontwikkeling ( leren communiceren, hun gevoelens leren uiten, op een constructieve manier opkomen voor zichzelf,…);
- ondersteuning van de ontwikkeling van een positief zelfbeeld;
- doorzettingsvermogen, naar iets toe leren werken;
- inleven in verschillende situaties en personen, en respect daarvoor;
- stimuleren van verantwoordelijkheidsgevoel en zelfstandigheid;
- het samenleven in de buurt verbeteren;
- …
Wanneer we het vertrouwen hebben van deze kinderen en tieners, wordt de kinderwerker/ tienerwerker ook een toeverlaat en hulpverlener voor hen (en hun familie). Het is vooral vanuit deze positie dat ondersteunend en stimulerend gewerkt kan worden aan de ontwikkeling van een positiever zelfbeeld en het vergroten van hun draagkracht.
Deze aspecten zijn moeilijk meetbaar, de ervaring leert ons toch dat dit heel essentiële ontwikkelingen zijn, waar we bij heel wat kinderen die langer naar de werking komen een positieve evolutie zien.
Naschoolse begeleiding
De naschoolse begeleiding is er om de kinderen te begeleiden en te ondersteunen in hun schoolsituatie. Waar nodig worden ze hierbij geholpen en ervoor gemotiveerd. In functie van de opvolging van het kind, wordt in nauwe samenwerking met het Mechelse Onderwijsopbouwwerk, contacten gelegd met de scholen en het thuismilieu van de kinderen.
Bij de naschoolse begeleiding wordt ook aandacht besteed aan taalactivering via o.a. specifieke taalspelletjes en taaltaken.
De schoolloopbaan is een zeer belangrijke sleutel om poorten naar persoonlijke en maatschappelijke vooruitgang te kunnen openen. Door allerlei omstandigheden loopt het hier echter gemakkelijk fout.
Zowel naar het eigen zelfbeeld toe als naar latere mogelijkheden in het leven is het belangrijk er alles voor te doen om de schoolloopbaan mee te ondersteunen en mee in goede banen te leiden. De kinderen krijgen ruimte voor en hulp bij hun huiswerk en lessen. Ze worden terug gemotiveerd wanneer dit nodig is. Het is zeer belangrijk de volgende vicieuze cirkel te voorkomen of te doorbreken: te weinig ondersteuning- slechte schoolresultaten- negatief zelfbeeld- gebrek aan motivatie…
Dit doen we ter plaatse in de werkingen, maar ook i.s.m. de school, PRISMA en de ouders.
Dan komen we op het tweede spoor (samenwerkingsverbanden met het oog op structurele veranderingen) dat hogerop werd aangegeven, en dat we hieronder weergeven:
-
Samenwerking met de scholen en PRISMA
- Met de meeste basisscholen zijn er samenwerkingsovereenkomsten afgesloten;
- Driemaandelijks zijn er leerlingenbesprekingen op school met iemand van de kinderwerking. Evoluties en aandachtspunten en eventuele ondersteuningstechnieken worden besproken;
- De school motiveert kinderen die behoefte hebben aan naschoolse begeleiding om naar de betrokken kinderwerking te gaan;
- Er is communicatie over het huiswerk mogelijk via de agenda;
- In sommige scholen zijn er moedergroepen georganiseerd i.s.m. de betrokken kinderwerking. Bedoeling is om met vereende krachten de meoders te bereiken en te kunnen informeren over allerlei schoolrelevante zaken, en hen tevens dichter te betrekken bij de school en de schoolloopbaan van hun kinderen.
- Met PRISMA is er tweemaandelijks een overleg met alle naschoolse werkingen. Problemen in een werking, met een school of met een kind kunnen besproken worden. Er wordt samen gezocht naar mogelijke oplossingsstrategieën,...
Leefbaarheid verhogen
De kinderwerkingen doen veel inspanningen om het contact tussen de buurt en de kinderwerking positief te maken of te houden. Het is voor een kind of jongere zeer belangrijk het gevoel te hebben deel uit te maken van de buurt als een geheel. Een kloof tussen beiden verscherpt verschillen en laat teveel ruimte voor onverdraagzaamheid met alle nefaste gevolgen vandien.
Daarom wordt er de laatste jaren meer energie gestoken in het onderhouden van een goede verstandhouding met de buurtbewoners, voor zover dit overal mogelijk is. De bedoeling is de wijk aangenaam leefbaar te maken of te houden, met respect en begrip voor alle bewoners.
In die zin wordt ook overal deelgenomen aan de wijkraden en de buurtcomités. De bedoeling is om i.s.m. hen een aantal activiteiten voor de hele buurt te organiseren, die de werkingen en de kinderen in een positiever daglicht kunnen stellen bij de buurtbewoners en de afstand tussen beide groepen verkleinen door samen iets leuk of zinvol te doen voor de buurt.
Doorstroming bevorderen door samenwerking met partners
We wensen vanuit de werkingen een brug te slaan tussen de eigen werking en het reguliere aanbod van sport- en jeugdinitiatieven. We proberen met andere woorden op één of andere manier de bereikte kinderen en tieners warm te krijgen voor deelname aan deze initiatieven.
Dit is en blijft een moeilijke opgave omdat we nog steeds merken dat al dan niet openlijk of latent racisme, vooroordelen en onwetendheid bij deze initiatieven een belangrijke rem zijn. Door samen te werken proberen we dit te verminderen.
Initiatieven die vanuit de werkingen worden genomen, i.s.m. partners:
- toeleiding van kinderen naar Grabbelpasactiviteiten, met de Stedelijke Jeugddienst als betrokken partner;
- deelname in groep aan allerlei initiatieven/organisaties die een aanbod hebben voor de Mechelse jeugd in het algemeen (vb. Speelgoedmuseum, figurentheater, sportinitiaties vanuit de Nekker,…);
- via allerhande contacten en samenwerking met jeugdbewegingen, met de bedoeling kinderen naar hen te laten doorstromen. Opvolging van de Jeugdraad om contact te behouden met deze werkingen, en onze doelgroep er aanwezig te stellen.
- sportinitiaties, kinderen en tieners warm krijgen voor bepaalde sporttakken. Buurtsport van de Stad Mechelen is hier een zeer belangrijke partner. Er worden samen plannen uitgedacht en practische afspraken gemaakt.
Algemeen zijn er op dit vlak wel wat positieve evoluties bij bepaalde gezinnen van de doelgroep te bemerken.
Er zijn al heel wat kinderen die hun weg hebben gevonden naar vooral voetbalclubs.
Alle werkingen van M.O.O.J. hebben ook samenwerkingsverbanden met partners met de bedoeling de doorstroom naar het reguliere vrijetijdsaanbod te vergemakkelijken.
Een aantal werkingen van M.O.O.J. zetten een samenwerking op met een chiro- of scoutsgroep in de buurt, dit vaak i.s.m. de Stedelijke Jeugddienst
Diversiteit
Zoals reeds vermeld onder punt één, staan de deuren van de kinderwerkingen en tienerwerkingen van vzw M.O.O.J. open voor àlle kinderen en tieners die nood hebben aan zulke werking. Dit ongeacht hun achtergrond of geaardheid op welk vlak dan ook, zoals land van herkomst, geloofsovertuiging, familiale situatie…
Na jaren ervaring blijkt het duidelijk dat het realiseren van de ideale werking op vlak van diversiteit geen gemakkelijke opgave is.
· Na de vele inspanningen die op alle plaatsen al gebeurd zijn in de loop der jaren blijft het vooral heel moeilijk om Belgische jongeren naar de werkingen van M.O.O.J. toe te leiden.
· In de loop der jaren zien we wel een positieve evolutie wat het bereik van verschillende origines van allochtonen betreft. Waar vroeger vaak louter kinderen van Marokkaanse oorsprong naar de werkingen kwamen, is er toch wat meer opening gekomen naar kinderen van andere oorsprong toe. De meeste andere nationaliteiten die nu bereikt worden in tegenstelling tot vroeger zijn de Assyrische kinderen, en in kleiner aantal Turkse, Spaanse, Afrikaanse kinderen en kinderen uit de vroegere Oostbloklanden.
· Vanaf 11-12 jaar treedt er een verandering op. De meisjes vragen vanaf deze leeftijd regelmatig naar aparte activiteiten. Dit komt waarschijnlijk door de intrede van de pubertijd en de daarmee samenhangende veranderingen in interesses bij zowel de jongens als de meisjes.
In Mechelen-zuid hebben ze al jaren op vrijdagavond een activiteit specifiek gericht
naar de meisjes van de wijk van 11 tot 16 jaar. Ze bereiken dan een 15-tal meisjes, voornamelijk van Marokkaanse afkomst.
Samen met de jongens van de tienerwerking van Mechelen-zuid worden ook geregeld gezamenlijke activiteiten georganiseerd.
De voorziene “gemengde” activiteiten zijn zeer laagdrempelig voor beide groepen en vertrekken vanuit de interesses en behoeften van beiden. Deze activiteiten verlopen dan ook zeer goed. De tienerjongens en meisjes kennen elkaar bovendien ook al van kindsaf (opgegroeid in dezelfde wijk, dezelfde school,...).
In de toekomst zal bekeken worden of het aantal gemengde activiteiten al dan niet kan worden opgedreven (vb. een vaste freqeuntie van gemengde activiteiten te voorzien, vb. 1X per maand,...)
Vanuit andere werkingen worden blijvende inspanningen gedaan om de meisjes van 12 jaar en ouder hun weg te laten vinden naar andere (reguliere) vrijetijdsinitiatieven.
















